In het voorgaande artikel werd uiteengezet dat moderne instituties – wetenschap, beleid en traditionele media1Traditionele media in dit artikel: redactioneel ingebedde nieuwsorganisaties, ongeacht het platform (print, tv of digitaal) – zodanig met elkaar verweven zijn dat zij een stabiel interpretatiekader vormen dat zichzelf beschermt tegen destabiliserende informatie. Nieuwe feiten die een bestaand beleidsparadigma ondermijnen, worden niet verwelkomd als voortschrijdend inzicht, maar ervaren als een bedreiging voor bestuurlijke continuïteit en institutionele reputatie.
Dit tweede artikel bouwt daarop voort en zoomt in. Het gaat hier niet om de instituties zelf, maar om de enige route waarlangs wetenschap überhaupt maatschappelijke betekenis kan krijgen: het medialandschap. Media zijn de producenten van de interpretatiekaders waarbinnen feiten betekenis krijgen. Als een pluriform medialandschap niet kan zorgen voor diversiteit in interpretatiekaders, zullen belangrijke -en dus meestal controversiële- feiten worden geneutraliseerd, hoe robuust het bewijs ook is.
Waarneming is interpretatie, geen registratie
De cognitieve psychologie laat al sinds Bartletts Remembering (1932) zien dat mensen de werkelijkheid niet registreren zoals een camera dat doet, laat staan: de registratie ongeschonden internaliseren. Waarnemen, begrijpen en accepteren is een interpretatief proces, gestuurd door mentale schema’s die bepalen wat relevant is, wat uitzonderlijk is en wat betekenisvol is. Kahneman beschreef dit als de automatische werking van System 1 in Thinking, Fast and Slow (2011). De priming met die mentale schema’s bepaalt welke informatie zal hechten en welke niet.
Deze schema’s zijn geen individuele constructies. Ze zijn sociaal gedeeld en worden gevormd door culturele narratieven en autoriteit, primair gepresenteerd door -dit is cruciaal- de media die als betrouwbaar worden beschouwd. Wetenschap bereikt burgers nooit rechtstreeks, dat gaat altijd in een vooraf bestaand interpretatiekader.
(Opm: Ik gebruik hier niet het woord ‘frame’ vanwege de negatieve connotatie en omdat dat vaak een doelbewuste agenda impliceert. Terwijl die ‘agenda’ logische resultante is van de context, de ‘priming’ van degenen die van framing worden beschuldigd.)
Traditionele media: de designers van het gedeelde interpretatiekader
Communicatiewetenschap toont al decennia dat traditionele media niet alleen informatie leveren, maar vooral de context waarin informatie betekenis krijgt.
Iyengar en Kinder lieten in News That Matters (1987) zien dat televisie niet zozeer overtuigt, maar selecteert: ze bepaalt waar mensen überhaupt aan denken. Gerbner’s Cultivation Analysis (1976–1995) toonde dat langdurige mediaconsumptie wereldbeelden vormt die zelfs persoonlijke ervaring kunnen overschrijven. En Katz & Lazarsfelds Personal Influence (1955) liet zien de interpersoonlijke communicatie vooral een versterkingsmechanisme is van mediageïnformeerde interpretaties. De minder geïnformeerde personen vragen bevestiging van hun lokale opinion leaders: degenen die meer kwaliteitskranten lezen en alle talkshows kijken.
Het gedeelde interpretatiemodel — wat “normaalâ€, “waarschijnlijkâ€, “representatief†of “zorgwekkend†is — wordt dus in hoge mate bepaald door traditionele kwaliteitsmedia. Niet omdat burgers naïef zijn, maar omdat zij epistemisch afhankelijk zijn van bronnen die zij als betrouwbaar beschouwen.
Het narratief wint het van de zintuigen
Waarom zijn de media dan doorslaggevend, ondanks onze eigen visie die gebaseerd is op eigen ervaring? Persoonlijke ervaring lijkt inderdaad een krachtig tegenwicht tegen mediakaders, maar dat is een misvatting. Onderzoek naar risicoperceptie, zoals Slovic’s Perception of Risk (1987), laat zien dat afwijkende ervaringen zelden leiden tot een herziening van het dominante narratief. In plaats daarvan wordt de ervaring zelf hergecodeerd: als toeval, als pech, als anekdotisch, als statistisch irrelevant.
Dit is een goede plek voor een korte anekdote: ik was erbij toen, op een gezellige reünie, twee lieve ex-collega’s van elkaar ontdekten dat zij beiden vaccinatieschade hadden opgelopen van de Covid-basisserie. Beiden verzekerden elkaar om het hardst hoe uiterst zeldzaam bijwerkingen waren. Er was dus geen enkele reden voor spijt. Ze hadden ‘gewoon pech gehad.’ Ik durfde niet te vragen of dat ze zou weerhouden om de booster te nemen. Het was per slot een feestelijk samenzijn.
Dit is geen irrationeel gedrag. Het is cognitieve efficiëntie: het is eenvoudiger om een enkele ervaring te herinterpreteren of te negeren dan om een volledig wereldbeeld te herzien.
Het Gell‑Mann Amnesia‑effect illustreert dit mechanisme scherp. Mensen zien dat media fouten maken op terreinen waar zij zelf expertise hebben, maar blijven dezelfde media -zelfs na het omslaan van de pagina- vertrouwen op terreinen waar zij géén expertise of persoonlijke ervaring hebben. De feilbaarheid van de bron verandert het interpretatiekader niet; het kader blijft intact, en de waarneming wordt aangepast of in een andere laatje gelegd.
Die volgzaamheid bleek ook uit psychologische experimenten. De bekendste: Milgram liet zien hoe mensen autoriteit gehoorzamen, tegen hun eigen waarneming in. Asch maakt duidelijk dat mensen hun eigen zintuigen ontkennen als de groep iets anders beweert.
Cognitieve dissonantie versterkt de macht van mediakaders
Wanneer persoonlijke ervaring of wetenschappelijk bewijs botst met het mediagestuurde interpretatiemodel, ontstaat cognitieve dissonantie (Festinger, A Theory of Cognitive Dissonance, 1957). Burgers kunnen dan:
- het interpretatiekader aanpassen (psychologisch zwaar), of
- de waarneming herinterpreteren (psychologisch licht).
De meeste mensen kiezen voor de tweede optie. Er worden geen ankers losgeslagen.
Traditionele media bieden de kant‑en‑klare narratieven die deze dissonantie reduceren. Ze presenteren afwijkingen als uitzonderingen, als statistisch onbelangrijk, of als misverstanden* die door experts kunnen worden verklaard. In sociale netwerken worden deze narratieven vervolgens bevestigd door mensen die dezelfde media consumeren. Zo ontstaat een zelfversterkend systeem waarin afwijkende ervaringen worden geneutraliseerd voordat ze het gedeelde wereldbeeld kunnen aantasten.
*Of, mits er veel op het spel staat, misinformatie of complottheorie
Wetenschap bereikt burgers via pluriforme media
Wetenschappers overschatten de kracht van data omdat zij uitgaan van een model waarin burgers informatie ontvangen en die vervolgens objectief verwerken. Maar in werkelijkheid wordt informatie geïnterpreteerd binnen mediagevormde kaders, wordt persoonlijke ervaring hergecodeerd om dissonantie te vermijden, en worden sociale normen belangrijker gevonden dan empirische anomalieën. Bovendien zal wetenschappelijke informatie vaak niet door de filters van de media heen komen als ‘belangwekkend’, maatschappelijk relevant’ of zelfs maar ‘nieuwswaardig’, waarbij we voorbijgaan aan de diverse subjectieve voorkeuren zoals die in een pluriform medialandschap verwacht mogen worden. Juist die voorzien het debat van brandstof door verschillende contexten te tonen.
Dat betekent hoe dan ook dat wetenschap geen directe toegang heeft tot de publieke opinie. Om van Academië in Democratië te komen moet je langs de media-douane. En daarom is media-pluriformiteit geen luxe, maar een noodzakelijke voorwaarde voor epistemische vooruitgang.
In een homogeen of institutioneel ingebed medialandschap worden feiten niet getoetst, maar geabsorbeerd in één dominant interpretatiemodel. In een pluriform landschap daarentegen kunnen feiten botsen, resoneren, herframed worden en uiteindelijk leiden tot verschuivingen in het gedeelde begrip van de werkelijkheid.
Conclusie
Wetenschap communiceert nooit rechtstreeks met de samenleving. Een pluriform medialandschap is daarom een conditio sine qua non voor elke vorm van maatschappelijke vooruitgang op basis van onderzoek. Alleen wanneer verschillende redactionele tradities, perspectieven en frames naast elkaar kunnen bestaan, ontstaat er ruimte voor wetenschappelijke inzichten om werkelijk te concurreren met bestaande narratieven. Waar die pluriformiteit ontbreekt, wordt wetenschap gefilterd en gereduceerd tot technocratische input voor bestaande paradigma’s. Waar pluriformiteit wél bestaat, kan wetenschap een bron van maatschappelijke vernieuwing zijn.
Wetenschap floreert niet door de kracht van de feiten, maar door de diversiteit van de kanalen die die feiten betekenis geven. Zonder die diversiteit blijven feiten waar, maar machteloos.
Verwante literatuur
- Asch, overeenstemmingsexperimenten. Wikipedia
- Bartlett, F. (1932). Remembering: A Study in Experimental and Social Psychology.
- Festinger, L. (1957). A Theory of Cognitive Dissonance.
- Gerbner, G. (1976–1995). Cultivation Analysis.
- Iyengar, S., & Kinder, D. (1987). News That Matters.
- Milgram experimenten. Wikipedia
- Kahneman, D. (2011). Thinking, Fast and Slow.
- Katz, E., & Lazarsfeld, P. (1955). Personal Influence.
- Slovic, P. (1987). Perception of Risk.
Tot zo ver de theorie. Wat er in de praktijk gebeurt lees je in De Mediacratie -2.
Referenties
- 1Traditionele media in dit artikel: redactioneel ingebedde nieuwsorganisaties, ongeacht het platform (print, tv of digitaal)

De legacy media beschouwen zichzelf niet alleen als de verspreiders van “de enige waarheid”, maar hebben zich ook het “enige juiste” morele oordeel toegeëigend.
Inderdaad. Group think is ook op het mediapark zelfversterkend.
Trumannen waren we, aardige Trumannen, al zeg ik het zelf
We leven inderdaad in een door media gecreëerde werkelijkheid en nemen deze voor waar aan.
We zien het toch zelf (in de media, om ons heen).
Truman klopje uiteindelijk letterlijk op de muur van zijn werkelijkheid (voer tegen de grenzen van zijn universum) en ontdekte wat werkelijk was.
Hij ervoer dat hij alleen stond en ter vermaak van velen door iedereen in zijn wereld voor het lapje gehouden was en! dat er een regisseur bestond die alles coördineerde.
Hierin verschilt zijn situatie deels van de onze. Wij zijn niet alleen in onze waan maar delen deze. Een centrale regisseur bestaat niet.
Uit een constellatie van diverse belangen emergeert, denk ik, een ‘werkelijkheid’ die wij als waar zien. Waarbij sommige belanghebbenden sneaky opereren en bewust via media propaganda inzetten, consent fabriceren en anderen niet bewust maar ook uit eigenbelang bijdragen aan deze consent.
Er is geen grens die fysiek a la Truman overschreden kan worden, geen Plato’s grot die men kan verlaten. Geen helder zicht buiten de grot maar slechts een, vaak eenzaam (dit is wel overeenkomstig Truman’s ervaring) niet gewaardeerd, want verontrustend, in duisternis verkennend tasten.
Onze wil om zeker te weten zorgt dat we net als Truman, uit (aangeleerde) angst, de grenzen van deze werkelijkheid mijden en niet kloppen op onze Truman muur.
Leven als Nescio, ik weet (het) niet, is ( te) lastig.
Deze media wordt ook gebruikt om zichzelf en de eigen mening te bevestigen.
Ook om die anderen om hun mening belachelijk te maken. Wappies, internet gekkies enz.
Zelfs om geheel veilige medicatie, Ivermectine, anders te framen. Paarden medicatie, terwijl het een nobelprijs heeft gekregen voor de toepassing op mensen.
Denk ook aan het experiment van Milgram, waar bleek dat mensen bereid zijn heel ver te gaan als ze worden “aangestuurd” door mensen waarvan zij vinden dat ze gezag hebben.
Zeker. Ik had nota bene Milgram en Asch ook in mijn notities staan…
Milgram:
Mensen gehoorzamen autoriteit tegen hun eigen waarneming in. (De man schreeuwt voor zijn leven, maar de experimentleider zegt dat het veilig is en dus gaat de proefpersoon door met het opvoeren van stroomschokken.).
Asch:
Mensen ontkennen hun eigen zintuigen als de groep iets anders beweert.
Ik voeg het misschien alsnog even in.
De interpretatie van de werkelijkheid wordt gesocialiseerd, niet geobserveerd.
Ook zo’n sprekend voorbeeld:
Het 5 apen experiment: https://www.youtube.com/watch?v=lZpyEJDSVDw
Ja mooi. Het was alleen niet echt een wetenschappelijk experiment; het is meer een verbeelding, een parabel, geïnspireerd op werkelijke experimenten die in die richting wezen. Zoals jij het beschrijft is het vooral te vinden in zelfhulp- en managementboeken. Het fenomeen is ‘verduidelijkt’. Vanwege het hoge waarschijnlijkheidsgehalte zou ik het dus geen ‘broodje aap’ willen noemen 🙂
Ik zou het ook niet anekdotisch willen noemen. Als je in organisaties, vooral de grote, dit gaat onderzoeken, vind je heel veel van dit soort voorbeelden. Reglementen en/of restrictisch waarvan niemand meer weet waarom ze er ook al weer waren. Ze worden echter niet ter discussie gesteld, sterker nog, die discussie wordt afgeraden.
Zeker: het is heel herkenbaar en geeft goed weer hoe die processen werken.
Haha, Goethe (ook een [wat omstreden] natuurwetenschaper) scheef bijna 200 jaar geleden al:
Het zijn niet onze zintuigen die ons bedriegen, maar onze (voor)oordelen.
Hoe waar is dit ook in het licht van dit uitstekende artikel…..
Wauw – een treffend citaat zeg! Dat kende ik niet!
Misschien vind je dit als bron / origineel ook leuk:
Het citaat komt van Johann Wolfgang von Goethe. Het is een van zijn meest beroemde observaties over de menselijke waarneming.
Het Citaat
In het Duits luidt de oorspronkelijke tekst:
“Die Sinne trügen nicht, das Urteil trügt.”
In het Nederlands vertalen we dit meestal als:
“De zintuigen bedriegen niet, het oordeel bedriegt.”
“Het zijn niet onze zintuigen die ons misleiden, maar onze oordelen.”
De Bron
Dit citaat is afkomstig uit zijn verzameling Maximen und Reflexionen (Maximén en Reflecties). Dit is een bundeling van korte spreuken, gedachten en wijsheden die Goethe gedurende zijn leven opschreef en die na zijn dood zijn verzameld.
De Context
Goethe was niet alleen een schrijver, maar ook een natuurwetenschapper (denk aan zijn Kleurenleer). Hij geloofde sterk dat de natuur zich eerlijk aan ons presenteert via onze zintuigen. De “fout” ontstaat pas op het moment dat onze geest die informatie gaat interpreteren op basis van verwachtingen, vooroordelen of een gebrekkige logica.
Hoe herkenbaar is dit niet bij “wetenschappelijke” narratieven als Corona, klimaat, immigratie, energietransitie, EU, etc. etc.
Ja, zeker leuk, ik had het zelf ook al nagezocht. Het citaat wordt ook gezien als “pseudo-Goethe”: hij zou het zelf niet letterlijk zo hebben opgeschreven maar het is een treffend aforisme voor zijn gedachtengoed.
Elke AI had wel zijn eigen ‘meest gelijkende’ citaat.
„Die Sinne trügen nicht, das Urteil trügt.“
„Nicht die Sinne täuschen, sondern der Verstand, indem er urteilt.“
„Alles Faktische ist schon Theorie.“
„Man sieht nur, was man weiß.“
Dezelfde basisgedachte zie je ook bij Epicurus (300 v.C.), Zeno, Stoïcijnen (300 na C.), Descartes, Kant, Bacon, Hume. Zo bezien is het een bijna een alledaagse gedachte, niets nieuws onder de zon. Maar je kunt ook zeggen: het is een natuurwet van alle tijden, andere Grote Denkers zagen het ook 🤓ðŸ‘ðŸ»
Is het te verbeteren? Je zou bij professionals toch hopen op bewustwording in plaats van misbruik.
https://www.malone.news/p/nudge-and-behavioral-governance-systematic
Dit Artikel van Malone gaat ook over de beinvloeding.
Ja, voorlichting/beïnvloeding door de overheid is van alle tijden, de technieken zijn bekend.
Toch heb ik op de sturende en nudgende spotjes van bijvoorbeeld Veilig Verkeer Nederland eigenlijk nooit wat tegen gehad.
Inderdaad, ik ook niet maar met gezond verstand heb ik die spotjes niet nodig en mijn kinderen als nette verantwoordelijke burgers opgevoed. Helaas hebben die spotjes van Veilig Verkeer Nederland geen enkel effect op het gedrag van de meesten en helpt alleen het straffen een beetje.
Beetje flauw ……
Volgens mij vond je de spotjes van ‘ je doet het voor een ander’ toch minder nuttige sturing. 🙄
Het is dan ook absoluut niet de “drive†om je gelijk te halen en te krijgen maar om leed te stoppen en te voorkomen wanneer je tot het blijkbaar kleine groepje mensen behoort die de waarnemingen onderzoekt zonder beïnvloeding maar gebaseerd op feiten, logica, enz. Dit artikel geeft mij het zetje om door te gaan met het zaaien van piepkleine denkzaadjes. De afgelopen week zoveel verdrietig medisch nieuws in mijn omgeving en evenzoveel het woord “zeldzaam†gehoord dat ik gisteravond dacht “het komt niet meer goed en wat ik ook zeg het maakt toch niets meer uit…â€. Zo herkenbaar die anekdote over de reünie Anton. Na het medische nieuws vaak nog de klimaatverhalen met tegenwoordig het oeverloze geklaag hoe alle extra kosten te ontlopen terwijl bijna niemand de regelgeving e.d. goed heeft onderzocht dus breng ik (weer) het negatieve nieuws dat ze in het mainstreammedia verhaal zijn getrapt. Niet meer naar feestjes en bijeenkomsten gaan is geen oplossing en meepraten gaat tegen mijn natuur in… We worden nog steeds uitgenodigd 😉 Druk bezig met een boekje voor de leeftijd van 2 jaar tot … mijn schrik is het ook geschikt voor volwassenen. Informatief om de omgeving van iedereen met overgevoeligheden voor bepaalde voedingsmiddelen veilig te houden. De tekst en de plaatjes moesten zo eenvoudig terwijl de kindertjes het allang begrepen. Onvoorstelbaar veel ogenschijnlijke “domheid†ervaren van arts tot oom, schooljuf en buurvrouw. Er is meer aan de hand dan alleen “Follow the leaderâ€.
Een buitengewoon verhelderend stuk. Bij mij rijst de gedachte dat een bepaalde groep mensen heel graag heeft dat het gewone volk – de mensen die niet tot de inner circle horen – op deze manier gestuurd kunnen worden om die “perfecte” samenleving te vormen. De soort bijenkorf, waarin ieder diertje zijn functies uitvoert volgens het voorgeschotelde model. Ieder diertje dat buiten de groep valt, wordt verstoten, of erger. Die groep vindt dat er te veel mensen zijn, dus slachtoffers zijn niet alleen geoorloofd, maar ook gewenst.
Wat ik me afvraag, is wat dan nog het nut van de mens als soort zal zijn? Het zelf denken en ook de creativiteit worden langzaam maar zeker om zeep geholpen. Wat is de mens dan nog?
Reactie op SuSanna, Anton en C,
Onderschat de kracht van ‘nudging’ en ‘persuasive communication’ niet. Veel overheden hebben tegenwoordig een speciale Behavioural-Insights-afdeling, die deel uitmaken van internationaal netwerk (BIT).
Onder Rutte is in 2014 in Nederland het BIN NL opgericht. Dat is een overheidsafdeling die alle ministeries adviseert over hoe de keuzes en het gedrag van de bevolking in de gewenste richting gestuurd kunnen worden. Het is veel krachtiger dan je denkt èn het ondermijnt eerlijke democratische processen. Vroeger dacht ik ook dat het vrij onschuldig was en misschien ook wel goed om mensen op de gevaren van bijvoorbeeld roken te wijzen. Nadat ik me erin heb verdiept (n.a.v. het coronabeleid) denk ik daar heel anders over. Het gaat heel erg ver, het is uitermate manipulatief en mensen hebben het meestal niet door.
Niet alleen overheden, maar ook bedrijven en NGO’S maken gebruik van gedragsinzichten (o.a. bij lobbyactiviteiten).
Ook journalisten en politici zijn met nudging en persuasive communication heel gemakkelijk te beïnvloeden. En jij en ik ook, als we niet heel alert zijn.
In mijn Boek ‘Complot of opportunisme’ heb ik hier aandacht aan besteed. Ik vind het gevaarlijk en autocratisch.
Het zal me overigens niet verbazen dat ook de ‘Wappies’ worden genudged. Die zijn gemakkelijk op te jutten om in zeer extreme complotten te geloven. Dan kunnen ze makkelijker als gekken worden weggezet, zodat de massa het narratief blijft volgen.
Het genoemde artikel van Robert Malone is uitstekend.
Ik onderschat het niet (denk ik). Op zich zijn het ook heel menselijke strategieën om je zin te krijgen, al zijn ze “argumentatietheoretisch” of “wetenschappelijk” niet zuiver. Elk standpunt is geschikt om op die manier verspreid te worden, wappies of niet. Het is onderdeel van de sociale dynamiek waarop een democratie is gebaseerd.
Het probleem ontstaat m.i. met name waar de overheid (vroeger: het “kapitaal”) het monopolie claimt op die strategieën en met enorme budgetten en media-netwerken de organische dynamiek overklast.
Ik vind het opportunistisch. De andere mens wordt gebruikt of zelfs misbruikt voor eigen doelen, zonder daarmee in te stemmen. Opportunisme is van alle tijden, maar dat betekent nog niet dat we opportunistische manipulatie moeten accepteren, en zeker niet als de overheid het doet. Het is net zo iets als valsspelen.
Ja is het ook. Maar ja, dat is liegen ook, en frauderen, en pesten om maar eens wat te noemen. Dat doen mensen onder elkaar nu eenmaal en hoewel we dat proberen te beperken hakken we daar geen handen of hoofden voor af. Daar hebben we rechtspraak voor en media om dingen aan de kaak te stellen.
Maar zodra de overheid in het spel komt wordt het speelveld ongelijk – zeker als ze een bondje vormen met rechtspraak en media.
In mijn boek ben ik overigens veel genuanceerder over nudging. Voor heel veel dingen is het zeer nuttig, zoals bij complexe verkeerssituaties en om informatie over wetgeving beter toegankelijk te maken. Helaas is het bij het coronabeleid volledig uit de bocht geschoten. Er is informatie achtergehouden èn er is en wordt gelogen. Vaccinatieslachtoffers kregen geen hulp en zijn voor leugenaars en gekken uitgemaakt.
Als er eerlijk zou worden geëvalueerd en er worden excuses aangeboden, dan is vergiffenis nog misschien nog mogelijk. Het liegen gaat echter alleen maar door en de doofpot is heel groot.
Er zijn helaas heel veel mensen bij betrokken. Door het gebrek aan evaluatie zijn dat nu allemaal leugenaars, fraudeurs of nog erger geworden.
Volgens mij is overheidscommunicatie “gemilitariseerd”. Er is een ander doel aan gekoppeld in de loop der tijden. De burger wordt steeds weerbaarder en dat leidt ook tot minder volgzaamheid.
Het is alsof de overheid de volgzaamheid van de burgers, zoals die vroeger was, terug wil hebben.
Het “luister nu maar, ik weet wat goed voor je is” mantra zit er ook in. Ik noem het de vertrutting, neem alle weer en andere alarmen (code orange, geel, rood).
We vinden er allemaal iets van, maar onderhand zit het al in je taalgebruik.
Zo schuiven we onbewust allemaal beetje voor beetje op…..
Het begint met een feit, vervolgens volgt de interpretatie.
Deze man is dood, een feit
Wat tragisch, interpretatie
Gelukkig maar, interpretatie
Enzovoort.
Interpretatie zoals ik het bekijk is overigens een niet goed vastgesteld feit, waardoor er mogelijkheid is tot discussie. In het ergste geval is interpretatie schaduwboekhouding (er wordt met opzet een feit achter de hand gehouden), maar meestal (zeg maar in de normale) is het een gebrek aan informatie. Op die manier kan je het hartgrondig met iemand oneens zijn en toch een goede discussie hebben. Je wisselt dan informatie en komt misschien tot beter inzicht.
De man is dood, een feit
Ik dacht dat het een slecht man was, interpretatie
Maar naar wat ik nu heb gehoord, kom ik tot de conclusie dat het eigenlijk een goed mens was
Enzovoort
Waar het fout gaat is in de waardevrije interpretatie, een interpretatie die totaal los staat van een feit en toch doorgaat als waarheid.
Er zijn viruspartikels, een feit???
Nu gaan er mensen dood door dat virus, interpretatie
Grammaticaal niet heel anders dan
Er zijn marsmannetjes, een feit???
Zij beïnvloeden het weer
Ik zou willen dat de wetenschap zich alleen aan de feiten hield en de interpretatie totaal los liet.
Leuk essay overigens!
Zelfs bij (bloed)uitslagen gaat de interpretatie voor de waarneming (ook omdat uitslagen per laboratorium en/of methode kan verschillen. Protocollen schrijven de interpretatie (ULN) voor en er ontstaat een schemergebied (je zal het maar hebben of niet of je kind). Omgang met dossiers en informatie is op zijn zachts gezegd slordig maar wel bindend… De vrije keuze om zelf te beslissen of te beslissen voor je kind staat op losse schroeven en dat is in de coronaperiode zeer duidelijk geworden maar de meesten zien het niet of willen het niet zien. Zelfs niet als het leed al geschied is.
Het probleem dat je aankaart is het probleem van standaardisatie. Als je nou afspreekt dat je in elk laboratorium op precies dezelfde manier meet, dan kan je van een feit spreken, als in ‘deze man is dood’, ‘de hemoglobine waarde is x’, enzovoort.
Met excuses voor de schoolmeesterstoon, overblijfsel van de tijd dat ik het probleem van standaardisatie mocht toelichten aan collegezalen met daarin 100-en studenten (en mezelf een superieure toon aanmat om de veel slimmere studenten te slim af te zijn. Old habits…).
Hoe een slimme student me onderuit had kunnen halen is als volgt: ‘lukt dat standaardiseren een beetje? Of werkt dat alleen in theorie zo. Wat is uw ervaring?’
Mijn ervaring is dat op congressen eindeloos wordt gepraat over het standaardiseren van de meest simpele laboratorium tests, wat wel een reden moet hebben, dat is: dat standaardiseren heel moeilijk is, misschien zelfs wel een utopie. Want waarom zou je er anders eindeloos over doorpraten (in zaaltjes waar je er zeker van bent dat niemand je hoort=op congres).
Mijn eigen ervaring:
In een ver verleden in een zeker ziekenhuis werd op het stollingslaboratorium (waar ik onderzoek deed) een goedkopere (van de concurrent) stollingstest besteld geheten d-dimeer. (Of misschien was het niet goedkoper, maar waren er prijsafspraken gemaakt tussen de farma en mijn toenmalige bazen, mij leverde het leuke congressen op waar mijn toenmalige bazen spraken over… de effectiviteit van de nieuwe stollingstest! En daarna sliepen we in prachtige hotels, luxe diners werden betaald door… de farmaceut die deze d-dimeer test maakte.. maar ik dwaal af). Deze nieuwe d-dimeer test, zei de fabrikant, zou precies dezelfde uitslagen geven als de oude d-dimeer test. Maar wij, stollologen konden de publicatie niet vinden waar dat stond. Wat mijn bazen en ik toen deden was het volgende. Ik zei: zullen we het onderzoeken of de uitspraak van de fabrikant met wie we in zee zijn gegaan waar is. We hebben nog oud materiaal d-dimeer en nu nieuw materiaal d-dimeer en leggen de uitslagen naast elkaar (in een zogenaamde bland alman plot, voor wie echt geïnteresseerd is in de methode). Wat bleek: de oude en nieuwe d-dimeer test correleerde totaal niet met elkaar! Wat wij toen deden? -Het oude materiaal raakte op en we zeiden tegen elkaar: ‘kennelijk hebben wij iets fout gedaan in onze analysen’. Ik was in die ook nog zo bleu om te geloven dat de fout wellicht bij mij lag… De resultaten van die studie verdwenen vervolgens in de spreekwoordelijke la (zijn nooit gepubliceerd), en zodoende gaat de stollingswereld ervan uit dat tot op de dag van vandaag d-dimeer van fabrikant a precies hetzelfde meet als d-dimeer van fabrikant B.
Dit alles valt onder de noemer: een feit op zo’n manier verdonkeremanen dat de interpretatie dat laat zien wat gewenst is. Dit is inderdaad de praktijk, het volgt hetgeen wat jij zegt, dat de interpretatie voor de waarneming gaat. Maar wat ik zeg is dat dit niet zo hoeft te zijn, en alleen maar zo is omdat het ‘ons’ beter uitkomt (denkend aan al die betaalde reisjes en het idee dat wat wij deden in dat stollingslab zeeer wetenschappelijk was).
Iemand de video al gezien van DNW? Ad Verbrugge in gesprek met Ruud Koornstra, met als onderwerp Lidocaïne als werkzaam medicijn tegen corona. Dit speelde zich af in het voorjaar van 2020. Verbijsterend!