Jaap van Delden 6 juli 2026 Projectmanager vaccineren
Waar het verhoor van Marjolijn Sonnema nog enigszins schuurde vanwege de kritische beleidsmatige vragen die gesteld werden, was het verhoor van Jaap van Delden een weergave van pure ambtelijke zakelijkheid. Als projectmanager vaccineren was hij een van de echte uitvoerders van het kabinetsbeleid. En dat was precies wat hij bleef: een uitvoerder.
De professionele logistieke machine
Van Delden kwam over als een capabele, voortvarende projectmanager die de opdracht — het zo snel en efficiënt mogelijk uitrollen van het vaccinatieprogramma — serieus en professioneel heeft opgepakt. Hij bemoeide zich nauwelijks met de inhoudelijke kant van het werk. Het was voor hem een complexe logistieke puzzel: locaties, planning, stromen, ICT-systemen, lastige privacy wetten, samenwerking met huisartsen en GGD's. Niets meer, niets minder. In die zin voldeed hij aan het klassieke profiel van de loyale ambtenaar: de politiek bepaalt de richting, hij zorgt dat het gebeurt.
Zijn relaas was daarom niet confronterend noch onthullend. Er was geen zichtbaar moreel ongemak, geen reflectie op proportionaliteit, geen twijfel over de snelheid en de druk waaronder het programma met nauwelijks geteste vaccins werd uitgerold.
Hij signaleerde alleen praktische problemen: de route via huisartsen bleek niet haalbaar terwijl er geen Plan B was; er waren forse juridische/privacy en ICT-hobbels bij het verzamelen van complete gegevens, en de uitvoering kende de nodige frictie.
Maar deze bedenkingen bleven beperkt tot de operationele laag. Over de bredere vraag — of dit allemaal wel verstandig, proportioneel of ethisch verantwoord was — hoorde je hem niet: "daar heb ik geen verstand van", was herhaaldelijk zijn ontwapenende maar ook veelzeggende verweer.
De neutrale uitvoerder
Van Delden is het type functionaris dat elk groots beleid, onafhankelijk van de morele laag, mogelijk maakt: bekwaam, loyaal, gefocust op uitvoerbaarheid en efficiency. Zodra de trein eenmaal rijdt, vraagt hij niet te veel naar de bestemming of de rails. Dat maakt hem niet immoreel, maar wel kenmerkend voor een systeem waarin morele en inhoudelijke afwegingen ver omhoog in de hiërarchie blijven hangen — bij het Kabinets-kwartet, het OMT en het Torentje — en de uitvoeringslaag vooral wordt gevraagd om te presteren.
Hij illustreerde daarmee onbedoeld een structureel probleem van de Coronacrisis: de scheiding tussen zij die de beslissingen namen (en de morele verantwoordelijkheid droegen) en zij die ze moesten realiseren. Van Delden deed dat ogenschijnlijk zonder veel wrijving. Geen slapeloze nachten over bijwerkingen. Geen zorgen over oversterfte of de langetermijneffecten van een massale vaccinatiecampagne onder hoge tijdsdruk bij grote groepen gezonde mensen en jongeren voor wie de risico's van het virus statistisch verwaarloosbaar waren. Het was een logistieke uitdaging, niets meer en niets minder; en die heeft hij "naar eer en geweten" aangepakt.
Fazit
In een crisis die zo diep ingreep in lichamelijke integriteit, vrijheden en maatschappelijke structuren, blijft de nuchtere efficiency van de projectmanager toch een ongemakkelijke spiegel: soms is de grootste tragedie niet de politieke fanatiekeling, maar de competente ambtenaar die gewoon zijn werk doet — zonder vragen te stellen naar het "waarom".
Dat is de kern van Hannah Arendt's banaliteit van het kwaad. Het contrast met Mona Keijzer is onontkoombaar: waar zij haar baan opgaf omdat haar geweten het beleid niet langer verdroeg, voerde Van Delden datzelfde beleid uit alsof het gewoon de zoveelste SAP-implementatie betrof…..
Marjolijn Sonnema 6 juli 2026
Directeur-Generaal Volksgezondheid bij VWS
Als DG Volksgezondheid zat ze in het hart van de vaccinatiestrategie en prioritering. Haar verhoor was geen bekentenis, maar een verdediging van de officiële lijn, met een opvallend goed selectief geheugen en een consistente loyaliteit aan de politieke en medische top.
De eenzijdige afweging
Sonnema presenteerde de vaccinatievolgorde als een weloverwogen keuze: prioriteit voor de kwetsbaarste ouderen en zorgpersoneel op basis van kans op ernstig beloop en overlijden. Dat was volgens haar logisch en ethisch te verdedigen. Ze erkende dat de sociaal-economische Trojka pleitte voor een andere (utilistische) aanpak [hoe kan de samenleving zo snel mogelijk weer open], maar het advies van de Gezondheidsraad (GR) bleef leidend. De volgorde werd dus niet bepaald door een brede maatschappelijke afweging. De relevantie van een mogelijke andere prioritering leek bij haar niet door te dringen en bracht haar dan ook geen seconde aan het twijfelen of haar keuze wel zo verstandig was.
Uitzonderingen (ME’ers, ambassadepersoneel, olympische sporters) in april 2021 werden ad hoc gemaakt onder politieke druk omdat de aantallen klein waren. Lobby’s speelden volgens haar verder geen rol; alleen de ME-groep was met ruim 2.000 vaccins een echte uitzondering. Elke andere uitzondering werd keihard geblokkeerd.
Hugo de Jonge kwam uit interne correspondentie en Apps naar voren als ambitieus en competitief — hij wilde de hoogste vaccinatiegraad van Europa. Sonnema schilderde hem vooral af als iemand die hoge doelen stelde en goed naar ambtelijke waarschuwingen luisterde.
Opvallend was haar herhaalde verdediging dat VWS zich juist niet alleen op het medische richtte. De werkelijkheid die uit haar eigen verhaal naar voren kwam, was echter anders: de GR-lijn werd gevolgd, met een eenzijdige medische focus. Brede proportionaliteit, maatschappelijke schade of utilitaire kosten-batenanalyses speelden geen enkele rol. Ze deed of er afgewogen werd, maar in de praktijk volgde VWS het medische spoor — en Sonnema droeg daar persoonlijk sterk aan bij met haar waarschuwingen om niet te laat te reageren en niet te vroeg te versoepelen.
Loyaliteit en selectief geheugen
Ze waarschuwde daarom ook tegen te snelle versoepelingen (samen met de SG van AZ), terwijl anderen juist wilden openen. Op 28 april 2021 ging het kabinet tegen het OMT-advies in. Later volgden de stappen (gelukkig) weer wel het OMT-advies.
Over de noodzakelijke wachttijd volgens de bijsluiter na het vaccin van Janssen was ze vaag (“dat weet ik oprecht niet meer”). Jongeren mochten direct na de prik weer de discotheek in (Dansen met Janssen), terwijl de bijsluiter een wekenlange inwerktijd voorschreef. Haar "selectieve geheugen" diende hier om de bewuste politieke fraude met de medische werkelijkheid (gedreven door De Jonges drang naar de "hoogste vaccinatiegraad") af te dekken
Dwang of plicht vond ze zelf geen goed idee, hoewel daar intern wel over is gesproken, vooral in de zorgsector waar de vaccinatiegraad flink lager lag….
Haar geheugen was selectief: sommige operationele details herinnerde ze zich haarscherp; bij gevoelige politieke of ethische keuzes werd het mistig. Ze leek consequent haar politieke bazen niet in de problemen te willen brengen — een terugkerend patroon bij topambtenaren in de verhoren.
De loyale insider
Marjolijn Sonnema is intelligent en betrokken genoeg om beter te weten, maar toch bleef ze binnen het systeem functioneren. Als DG Volksgezondheid, waar normaal gesproken MKBA’s en brede afwegingen de standaard zijn bij keuzes voor de Zorgverzekering en het Rijks Vaccinatie Programma, koos ze nadrukkelijk voor de pure medische benadering. Utilisme en proportionaliteit kwamen niet aan bod. Zij was de architect van het opschorten van haar eigen professionele standaarden. Juist zij had moeten weten hoe je brede gezondheidsschade weegt; maar ze liet in de crisismodus de reguliere ethiek van het volksgezondheidsbeleid, gebaseerd op kosten/baten analyses met qaly's, volledig verdringen.
De rol van de NCTV die maatregelenpakketten voorbereidde vond ze niet vreemd (gezien de coördinerende rol in crises), maar het onderstreepte wel hoe VWS zelf niet altijd de regie hield.
Ze illustreerde daarmee een structureel probleem: binnen VWS bleef de focus défacto uitsluitend medisch, terwijl de bredere schade aan samenleving, jeugd, economie en mentale gezondheid in feite niet werd meegewogen. De Rule of Rescue domineerde, ondersteund door modellen en aannames (veel te hoge IFR in het begin van de Corona periode, de overdreven ernst van Omikron aan het eind) die grotendeels op drijfzand bleken te berusten. Maar ook daar toonde ze geen enkele reflectie op, laat staan dat ze er bedenkingen bij had.
Fazit
Marjolijn Sonnema was het prototype van de loyale, competente topambtenaar die het systeem diende zoals het was ingericht. Ze droeg actief bij aan het vasthouden van de medische focus, terwijl brede afweging van belangen uitbleef.
In combinatie met de wetenschappelijke tekortkomingen (aerosolen, ventilatie, modellen, oversterfte) die nog steeds nauwelijks worden erkend, en zeker niet door haar, maakt dat de hele aanpak des te kwalijker.
Sonnema toonde zich een insider die het uitgestippelde pad volgde en daar geen fundamentele vragen bij stelde.
Een tijdje geleden zou Jaap vast met veel plezier voor de NS hebben gewerkt.
…net als zowat elke andere gemiddelde Nederlander, ben ik bang. Het gaat er eigenlijk niet eens om dat Jaap dat was of Dirk. Het Systeem verwacht dit nu eenmaal van die functie. We zijn in een levensgevaarlijke val van efficiency en gemakzucht getrapt. Scheiding van daden en verantwoordelijkheid, dat kan niet goed gaan.
Tja, en zo wordt steeds duidelijker hoe een maatschappelijk systeem en daaruit voortkomend crisisbeleid ingevuld wordt. De uitvoerders zijn veelal loyaal en gehoorzaam, stellen weinig tot geen vragen en lopen mee in de pas om hun taak te vervullen. Op zich niet gek en misschien zelfs te prijzen in de meeste gevallen, daarvoor zijn ze aangesteld. Maar… wat nou als we te maken krijgen met situaties en omstandigheden die niet standaard zijn, zelfs uitzonderlijk? Mogen we verwachten dat er vanuit elke betrokken positie altijd enig kritisch vermogen van kracht blijft? En dat mensen de veilige ruimte voelen om zich hierover te uiten?
En we hadden/hebben te maken met zo’n uitzonderlijke situatie. In het begin werd iedereen overvallen en dan is het goed dat er snel gehandeld wordt. Als snel werd duidelijk dat er gerede kans was we te maken hadden met een behoorlijk ziekmakend virus (gain-of-function), dat echter (gelukkig) niet voor iedereen zo ziekmakend bleek. Voor jongeren bijvoorbeeld. Al vroeg werd bovendien duidelijk dat het voor slechts enkele procenten van de bevolking echt grotere risico’s had. (meer dan een pittige griep zoals we die ook af en toe hebben). Dat had grote invloed kunnen hebben op de vaccinatie-uitrol. De vraag is dan of vaccineren voor iedereen wel nodig was… Dan is het jammer dat er geen kritische geluiden vanuit de beleids- en de uitvoeringsketen zijn gekomen. Het is daarom extra prijzenswaardig dat Mona zich wel heeft uitgesproken en Maurice zo duidelijk bleef. Hoe zou dat komen? Waarom zijn velen zo volgzaam, gevoelig voor hiërarchie, beducht op gezichtsverlies of bang voor het hachje? In het gareel lopen is een manier om je te kunnen verschuilen achter en je te beroepen op je eigen takenpakket. Om een schuldgevoel te kunnen voorkomen? Hebben we te maken met een dermate ernstige gewetenskwestie die alleen nog draaglijk te houden is door het afschuiven van verantwoordelijkheid naar elkaar? Dat verklaart het mistig houden van zaken en het gedeeltelijke geheugenverlies van ondervraagden. Dat is de maatschappelijke teneur. We moeten ons allemaal continue indekken. Menselijk gezien misschien best begrijpelijk. Wel heel triest voor ons allemaal.