Directeur Constitutionele Zaken en Wetgeving (BZK)
De juridische kathedraal van de proportionaliteit
SAMENVATTING
De directeur Constitutionele Zaken en Wetgeving, de hoeder van de rechtsstaat en van onze grondrechten, legt zeer eloquent uit hoe een juridische proportionaliteitstoets in elkaar steekt. Wordt zij 5 keer bevraagd hoe die proportionaliteitsafweging er dan exact uitziet dan is het antwoord steeds van de orde: "Het is geen wiskunde" en aarzelend "Ik blijf bij mijn eerdere antwoord".
Zij ziet echter niet en weet kennelijk niet dat met een kleine rekensom van het type dat het ministerie van VWS al decennia wekelijks maakt en dat het Ministerie van EZK in maart 2020 op de achterkant van een sigarendoosje maakte t.b.v. de "intelligente lockdown"
- de winst van een avondklok met enig optimisme 400 gezonde levensjaren (qaly's) zou kunnen zijn,
- maar dat het verlies minimaal ca. 250.000 gezonde levensjaren is.
Dus 600 keer zo veel verlies als winst…..
==================================
De vergelijking met Halsema en Grapperhaus
Waar de verhoren van Halsema en Grapperhaus respectievelijk de psychologische verlamming en de morele capitulatie van het openbaar bestuur blootlegden, bracht het verhoor van Hanneke Schipper-Spanninga op 3 juli 2026 een heel andere discipline voor het voetlicht: de technocratische distantie van de topjurist. Als Directeur Constitutionele Zaken en Wetgeving bij het ministerie van Binnenlandse Zaken (BZK) — inmiddels staatsraad bij de RvS — is zij met haar afdeling de absolute juridische architect van het crisisbeleid geweest. Zij is een hoogopgeleide, vlot sprekende jurist die er tot op de dag van vandaag volledig van overtuigd is dat de ingrijpende Corona-maatregelen, die 7 grondrechten opzijzetten, juridisch perfect te onderbouwen waren.
Haar optreden in het verhoor was een masterclass in het optrekken van een legalistisch rookgordijn, bedoeld om te verhullen dat er in werkelijkheid nog geen begin van een materiële afweging van belangen en van grondrechten heeft plaatsgevonden. Geen kwade opzet, geen zwakke ruggengraat, geen emotioneel Rule of Rescue-slachtoffer — maar de perfecte ambtenaar-jurist van een systeem die zichzelf heeft wijsgemaakt dat juridisch-procedurele perfectie de morele en feitelijke/materiele afweging kan vervangen.
Voordat we de diepte in duiken, beschouwen we eerst eens hoe er tot nu toe over grondrechten en proportionaliteit wordt gedacht en gesproken.
De heilloze schijntegenstellingen in het Corona-debat
In de kritische publieke discussie over de grondrechtenbotsing stonden de kampen lijnrecht tegenover elkaar — maar op de verkeerde breuklijnen.
De vroege Corona critici: te veel emotie en te weinig rationaliteit
Influencers en filosofen als Marianne Zwagerman, Damiaan Denys en Marli Huijer zochten de verklaring in de verabsolutering van het "recht op leven". Zij kwamen dicht bij de werkelijke oorzaak, maar schoten tekort in de objectieve ethische onderbouwing, die een grens aan de door hen als zo schrijnend ervaren disproportionaliteit van het beleid had kunnen stellen.
Alleen Prof. Ira Helsloot en dr. Eline van den Broek hebben al in april 2020 gewezen op het al decennia bestaande framework van kosten/baten analyses op basis van qaly's'; en zij toonden met enkele simpele rekensommen toen al aan dat de maatregelen volstrekt disproportioneel waren. Juist de Nederlandse gezondheidseconomen, die beter hadden moeten weten, distantieerden zich echter van dergelijke berekeningen in crisistijd, terwijl dit soort berekeningen juist in crisistijden van eminent belang zijn. Van Ira Helsloot en Eline van den Broek werd nauwelijks nog in het publieke debat vernomen….; ze werden "gecanceld".
De wetenschappelijke kritiek: 100% terecht, maar naast de kern
Critici zoals Maurice de Hond focusten op de fouten van (de RIVM-modellen) van Jaap van Dissel & Jacco Wallinga en het OMT. De falende adviseurs vormen dé verklaring voor een complete systeemimplosie. Maar met betere epidemiologen of modelleurs had je nog geen serieuze materiële proportionaliteitstoets gekregen.
Als de volkomen terechte wetenschappelijke kritiek ter harte was genomen, had dit zeker tot nuancering van enkele maatregelen en zelfs tot voorkoming van een serieus aantal vroegtijdige overlijdens kunnen leiden; maar de medische en modelmatige onwetenschappelijkheid leverde relatief maar een kleine bijdrage aan de disproportionaliteit van het beleid. Al zouden de 1,5 meter maatregelen, buitenluchtmaatregelen en de Omikron-lockdown volledig gesneuveld zijn.
De reguliere critici: de 3 W's versus Rutte/De Jonge: theater voor de tribune
De reguliere discussie (nog strikt vertrouwelijk en geheim in het Catshuisberaad en in het Kabinet; en nu relatief publiek als gevolg van de Parlementaire enquête) is al evenzeer een heilloze.
Het debat tussen de "twijfelaars", zoals Halsema, Grapperhaus en de 3 W's (Wopke Hoekstra, Wouter Koolmees en Eric Wiebes, versus het duo Rutte/De Jonge is nu een dramatisch en soms sensationeel theater. Maar ook dat leidt helaas af van de werkelijke systeemfout.
Waar de drie economische zwaargewichten van het kabinet in het Catshuis weliswaar de enorme financiële, maatschappelijke en zelfs medisch ravage als gevolg van uitgestelde zorg overzagen en daarom intern stevig sputterden, capituleerden ook zij uiteindelijk roemloos voor de medisch-politieke druk van Rutte/De Jonge c.q. voor de chantage die uitging van de "wetenschappelijk onderbouwde" OMT-adviezen. Net als Grapperhaus en Halsema lieten zij uiteindelijk hun kritische vermogen en terechte "gevoel voor proportionaliteit" gijzelen door de angst en de doctrine van de overvolle IC's en het mantra "niemand mag aan Corona doodgaan". Zij bleven hangen in subjectieve morele oordelen en twijfels, terwijl Rutte en De Jonge, niet gehinderd door al te veel innerlijke twijfel, maar gesterkt door constitutionele juridische waterdicht lijkende proportionaliteitstoetsen, doordrukten.
Zwagerman voelde met haar omstreden "dor hout"-column uit 2020 intuïtief feilloos aan waar de pijn zat: je kapt niet het hele bos om een paar bijna dode bomen nog even overeind te houden. Het platleggen van een complete samenleving om de levens van een relatief kleine kwetsbare, terminale groep met enkele maanden te verlengen, is disproportioneel. Deze constatering sluit naadloos aan op het concept van de Rule of Rescue versus het utilitarisme, zoals dat door Orr & Wolff in 2014 is beschreven en waar we later in deze beschouwing nog uitgebreider op in zullen gaan.
Maar omdat deze kritiek moreel en emotioneel werd geformuleerd — precies hetzelfde manco als de twijfelende bewindslieden die zij bekritiseerde — kon de juridische topgroep van BZK deze gemakkelijk en met succes bij de rechter pareren met abstracte juridische constructies. Een gevoel, hoe zuiver ook, wint het nooit van een juridisch rookgordijn. Daar heb je cijfers voor nodig. En die had niemand — niet De Hond, niet Zwagerman, niet de 3 W's, en al helemaal niet Rutte en De Jonge.
Dit zette zowel de reguliere actoren (3 W's vs. Rutte/De Jonge) als de meeste vroege critici (Helsloot, De Hond, Zwagerman) op hun plek: iedereen zocht de fout in één element, niemand van hen zag, en lijkt tot op de dag van vandaag in te zien, dat het hele afwegingskader ontbrak. En dat dat de crux van het disproportionele beleid was.
De kathedraal van het mechanisch-juridische toetsingskader: de schijn van objectiviteit
Schipper-Spanninga zette tijdens haar verhoor in een glashelder hoorcollege de klassieke driedelige juridische toets uiteen, die nodig is om grondrechten in te perken:
- Noodzaak — de overheid heeft een actieve plicht om het fundamentele recht op leven te beschermen (artikel 2 EVRM), waarbij artikel 8 EVRM (volksgezondheid) de basis vormt. Dit vereist epidemiologische gegevens over de ernst van de bedreiging.
- Geschiktheid (subsidiariteit) — is de maatregel effectief om het doel te bereiken?
- Proportionaliteit — staat de impact van de maatregel in verhouding tot het beoogde doel?
Het klinkt solide. Maar dan volgt tot wel 5 keer toe de cruciale ontsnappingsclausule: het is "geen wiskundige optelsom"; maar die relativerende bezwering horen we tijdens het verhoor pas voor de allereerste keer sinds 2020….
Het Europees rechterlijk kader, toegepast door rechters, dicteert dat bij een nieuwe dreiging (zoals een pandemie) het voorzorgsbeginsel al heel snel zeer zwaar weegt. In haar optiek vloeide de noodzaak van strenge maatregelen rechtstreeks voort uit de acute medische dreiging zoals geformuleerd door het OMT: zodra de R-waarde steeg, nam de ernst toe, en steeg logischerwijs de noodzaak tot ingrijpen. Ook als de IC's nog lang niet vol waren.
Dit is pure deontologie: een plichtsgetrouwe systeemdwang die blind is voor de consequenties van de "moreel gedragen" keuzes. Er werd weliswaar input verzameld bij de VNG, wethouders, vakbonden en vak-ministeries over de maatschappelijke impact; maar een objectieve en liefst cijfermatige weging daarvan t.o.v. de behaalde voordelen, bleef uit.
"Het is geen wiskunde" en "De politiek moet uiteindelijk de knoop doorhakken", aldus Schipper-Spanninga. Met die twee zinnen van de topjurist viel de kathedraal van de grondige rechtsstatelijke proportionaliteitstoets in duigen tot een vage, subjectieve en dus arbitraire politieke beslissing.
Ze verontschuldigt zich een beetje dat ze bij het begin van de pandemie wegens (privé) omstandigheden er niet bij was; maar haar afdeling was toen in de haast er ook nog nauwelijks bij betrokken.
De onthulling: het studentenhuis-experiment en de haperende machine
Het verhoor leverde ondanks deze deceptie toch één wezenlijke nouveauté op. Schipper-Spanninga onthulde dat het kabinet al in september 2020 concreet overwoog om een lokale avondklok in te voeren, specifiek gericht op studentenhuizen en jongeren, omdat daar de basisregels "ernstig werden overtreden". Dit plan strandde destijds op principiële, grondwettelijke bezwaren: het was namelijk een "handhavingsprobleem". En daar konden constitutionele principes niet voor opzij geschoven worden. Heel goed gesproken door deze bewaker van de constitutie!
Maar "Waarom ging de landelijke avondklok in januari 2021 dan wel door?" is de logische vervolgvraag. Internationale papers toonden inmiddels een daling van 8 tot 13% in besmettingscijfers aan door een avondklok. De opkomst van de 'Britse variant' met een angstaanjagend hoge R-waarde gooide alle eerdere berekeningen overhoop. Het 96e OMT-advies was volgens Schipper-Spanninga de juridische trigger die de ernst en daarmee de proportionaliteit dicteerde.
En op dat exacte moment haperde haar tot dan toe eloquente betoog. Nadat ze de introductie van de avondklok op basis van dat 96e advies ferm had verdedigd, kwam ze na herhaalde vragen waarom dat dan wel proportioneel was, omdat de commissie het wilde begrijpen, kwam er plotseling een hapering in het betoog: "Daar wil ik het bij laten." Het was een opmerkelijke, abrupte stilte in een verder vlekkeloze stroom van woorden. Hier hield de topjurist overduidelijk iets achter; de juridische machine stokte waar de politieke druk en de juridische constructie elkaar raakten. Of realiseerde ze zich nu toch, dat de onderbouwing van de proportionaliteit op drijfzand was gebaseerd?
De constitutionele noodgreep: van turbo-spoedappèl tot 3G
De vaagheid nam alleen maar toe toen de commissie doorvroeg naar de vijf opeenvolgende verlengingen van de avondklok. Volgens Schipper-Spanninga bepaalt de duur van een maatregel niet direct de proportionaliteit op het moment van verlengen — een juridisch logisch klinkende spitsvondigheid. Pas als een maatregel "ongelimiteerd" zou zijn, maakte het volgens haar uit. Dus de duur van de maatregelen doet er toch wel toe? Wel gaf ze toe dat er "een alarmbel" afging bij de opeenvolgende verlengingen. En ze benadrukte dat de grondrechten bij de bewindslieden altijd in het vizier waren. En dat iedereen zich bewust was van de zwaarte van de maatregelen.
Toen de rechter in de zaak-Viruswaarheid de avondklok plotseling vernietigde omdat de noodwet (Wbbbg) ten onrechte was gebruikt, was dat voor BZK een totale verrassing: de juridische kathedraal stortte in door een Wappie-clubje.
Wat volgde was een ongekend schouwspel: met een "turbo-spoedappèl" binnen een paar uur werd de uitspraak van de rechtbank geschorst tot er een uitspraak zou komen van het gerechtshof; zo kon de maatregel toch nog diezelfde nacht ingaan. Schipper-Spanninga moest toegeven dat een dergelijke snelheid in de Nederlandse rechtsgeschiedenis nagenoeg uniek is. Binnen een paar dagen werd er voor de zekerheid een haastige spoedwet door de Kamers gejaagd.
Dat de Hoge Raad en het Gerechtshof de oude situatie achteraf juridisch billijkten, deed volgens haar niets af aan het feit dat de overgang naar een formele wet slechts een "technische grondslag" betrof. De proportionaliteit was in haar ogen immers nooit gewijzigd, terwijl exact dat de reden was waarom de avondklok aanvankelijk bij de rechter in eerste aanleg strandde. In beroep en bij de Hoge Raad is de feitelijke/materiele proportionaliteit niet getoetst; het abstracte juridische bouwwerk met de legalistische proportionaliteitstoetsing vonden de hogere rechters prima. De juridische kathedraal was gelukkig weer in ere hersteld.
Vanuit exact dezelfde legalistische logica toonde zij zich een warm voorstander van het latere 3G-beleid: het was immers een instrument waarmee "de maatschappij weer open kon", ongeacht de discriminerende uitsluiting die het met zich meebracht. "Zo hadden ze er op haar afdeling nooit naar gekeken".
Het CTB was immers alleen maar voor niet essentiële diensten en was een perfect middel om andere grondrechten beperkingen te beëindigen.
Het CTB zou alleen niet-proportioneel zijn als het niet nageleefd zou worden. Maar daar waren geen signalen van. Dus was het een proportionele maatregel. Vreemde redenering…
Maar. Even later corrigeert zij zichzelf: de niet-uitvoerbaarheid hoort bij de geschiktheidstests, niet bij de proportionaliteitstoets.
De uitbreiding van het CTB naar de werkvloer vond ze dan weer wel "kwetsbaar", omdat werknemers nou eenmaal afhankelijk zijn van de werkgever. Dus dan kan er sprake zijn van vaccinatiedwang. Het is uiteindelijk wel ingevoerd….
Er was ambtelijk een nauwgezet negatief advies over 2G. Alleen onder bijzondere omstandigheden kan vaccineren verplicht worden gesteld. Er waren aarzelingen t.a.v. die omstandigheden. Zolang je 3G nog kon uitbreiden is 2G dus niet OK. Dat klinkt dan wel weer logisch.
Maar. Het voorstel voor 2G is uiteindelijk onder politieke druk toch het parlement ingeduwd en daar uiteindelijk alsnog gestrand. Ze wordt dan streng bevraagd over haar werkethiek. "Je kunt als ambtenaar natuurlijk wegens gewetensbezwaren weigeren. Maar we hebben "gewoon" die wetsvoorstellen voorbereid". Ze wordt ook hier stevig over ondervraagd. En ook hier komt plots komt weer die zin "Ik heb niets toe te voegen aan wat ik net zei." Huh?
Tenslotte mag ze evalueren. Er is zelden zo veel aandacht geweest voor grondrechten als tijdens de pandemie, stelt zij. Het is allemaal erg goed gegaan.
De enige 2 punten die beter zouden kunnen, zijn:
- Het Ministerie van BZK was te weinig betrokken bij het veiligheidsberaad. Daardoor moesten regelmatig pas later in het proces dingen gecorrigeerd worden.
- Het bezoekverbod van de verpleeghuizen was achteraf te ingrijpend. Ze vindt dat ze daarover eerder aan de bel moeten trekken. Het had niet aan verpleeghuizen zelf mogen worden overgelaten of er een uitzondering voor bezoek werd gegeven. Dat had centraal geregeld moeten worden.
Maar, nogmaals, verder was alles bijna perfect verlopen.
De ontmaskering: proportionaliteit ontleed in Qaly's
De eindeloze woordenbrij van de ambtelijke topjurist kan niet verhullen dat er in werkelijkheid sprake was van een totale afwezigheid van een feitelijke/materiële proportionaliteitstoets. Schipper-Spanninga verschuilde zich achter de stelling dat proportionaliteit "geen wiskunde is" en dat de politiek de weging moest verrichten. Maar dat is een intellectuele weigering om de werkelijkheid onder ogen te zien.
Als we de abstracte mist van BZK weghalen en het alom geaccepteerde model van VWS toepassen — dat nota bene door het ministerie van EZK al in maart 2020 was doorgerekend voor de toenmalige "intelligente lockdown" — wordt de totale disproportionaliteit van de avondklok pijnlijk helder. De proportionaliteit laat zich namelijk wél degelijk cijfermatig benaderen via de methodiek van de QALY (quality adjusted life years — het aantal nog te leven jaren in perfecte gezondheid).
De Baten:
Wat hier volgt is een sterk vereenvoudigde, illustratieve Qaly-kosten/batenanalyse van de avondklokmaatregel (3 maanden). Dit is geen volledige maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA) maar dient ter illustratie van de orde van grootte van de kosten en de baten. Belangrijke beperkingen zijn: geen precieze causaliteit (effect van de avondklok los van andere maatregelen is moeilijk te bepalen), subjectieve aanname over kwaliteit van leven, geen volledige verwerking van langetermijneffecten (zoals uitgestelde zorg of economische opportunity costs), en gevoeligheid voor variaties in de inputparameters. Ondanks deze beperkingen geeft een dergelijke berekening een aanzienlijk betere en vooral intersubjectieve grondslag t.a.v. proportionaliteit dan een obscure "politieke afweging". Het geeft een harde indicatie van de orde van grootte van de verhouding tussen de kosten en baten in dit specifieke geval. Het is niet voor niets dat deze methode ook altijd gebruikt wordt door het Ministerie van VWS bij de introductie van nieuwe geneesmiddelen of therapieën.
Stel dat de avondklok direct het leven heeft gered van ca. 2.000 kwetsbare mensen, en dat zij door deze maatregel gemiddeld 3 maanden langer hebben geleefd (de gemiddelde overlijdensleeftijd van een Corona-patiënt was ca. 84 jaar, wat nagenoeg gelijk is aan de normale levensverwachting). Gezien hun hoge mate van co-morbiditeit moet hun resterende levenskwaliteit gecorrigeerd worden met een factor van ca. 0,80 (in andere publicaties werd zelfs een veel minder conservatieve factor van 0,6 genoemd, bijv. de MKBA van het Ministerie van EZK van maart 2020). Dan kunnen de Baten, optimistisch, als volgt worden berekend:
Baten = 2000 mensen × 0,25 jaar × 0,8 = 400 qaly's gewonnen.
De Kosten:
Daartegenover staat de impact op de rest van de samenleving. Ongeveer 10 miljoen gezonde burgers (niet iedereen had er echt last van…) hebben gedurende diezelfde 3 maanden te maken gehad met een significante inperking van hun vrijheid en levensvreugde, inclusief de aantoonbare langdurige economische schade die tot een lagere levensverwachting leidt, de psychische schade, depressie en suïcidaliteit. Als we er conservatief van uitgaan dat dit leidde tot een verlies van slechts 10% van hun algehele levenskwaliteit gedurende de avondklok, dan geldt:
Kosten = 10.000.000 mensen × 0,25 jaar × 0,1 = 250.000 qaly's verloren
Men kan aan de variabelen in deze vergelijking tweaken wat men wil, maar de uitkomst blijft onmiskenbaar destructief. Zelfs in een extreem gunstig scenario, waarin de avondklok tien keer zoveel levens had gered (wat onmogelijk is, omdat de oversterfte bij lange na geen 20.000 was) en de levenskwaliteit van de bevolking slechts met 1% was gedaald, blijft de balans (baten = 4.000 Qaly’s, kosten = 25.000 Qaly’s) diep in het rood staan. Dit illustreert dat de uitkomst weinig gevoelig is voor redelijke variaties in de belangrijkste aannames. Iedereen met een portie gezond verstand zou na kennisname van een dergelijke berekening tot de conclusie komen dat een avondklok volstrekt disproportioneel is.
De voorziene ramp: Orr & Wolff (2014)
En hier wordt de tragiek pas echt schrijnend. Want deze beleidsfout was niet onvoorzienbaar. Niet alleen de WHO publiceerde in al haar uitingen dat een lockdown altijd veel grotere nadelen heeft dan voordelen; het kan alleen nuttig zijn gedurende extreem korte tijd om te "hergroeperen", stelde de WHO. Ook de medisch-ethici Orr & Wolff beschreven al in 2014 — zeven jaar vóór de avondklok — hoe overheden in crisissituaties systematisch vervallen in Rule of Rescue gedrag: een zichzelf versterkend proces waarin het voorzorgsbeginsel alle andere afwegingskaders verdringt. En daardoor "forsaking potential large gains in health in order to save a small number of lives," resulting in "very significant QALY loss"
Zij voorspelden exact het mechanisme dat Schipper-Spanninga met zoveel eloquentie zou belichamen: een juridisch kader dat de schijn van zorgvuldigheid wekt, maar in de praktijk neerkomt op "OMT roept noodzaak → politiek hakt knoop door → BZK timmert het juridisch dicht".
De blauwdruk lag er. De waarschuwing was gedaan. En toch gebeurde het.
Conclusie: de machine draait nog steeds door
De tragiek van Hanneke Schipper-Spanninga is niet dat zij een kwaadwillende actor was. Zij is de perfecte ambtenaar-jurist van een systeem dat zichzelf heeft wijsgemaakt dat procedurele zorgvuldigheid morele en feitelijke afweging kan vervangen. Een geweten of een rechtsstatelijk kompas blijkt zonder harde cijfers in een crisis volstrekt kansloos tegen de morele chantage van vollopende IC-bedden.
Door de proportionaliteitstoets te reduceren tot een schijnbaar waterdichte juridische constructie, maar voorzien van de disclaimers "geen wiskunde", "de politiek moet de knoop doorhakken", leverde zij het ultieme juridische glijmiddel voor een beleid dat op basis van elke rationele kosten-batenanalyse onmiddellijk had moeten worden afgewezen.
En dat is misschien wel de meest hardnekkige vorm van tragiek: zelfs nu, jaren later, blijft de machine draaien. Zonder cijfers. Zonder echte weging. Maar met een onwankelbaar vertrouwen in de eigen juridische constructie. Precies zoals Orr & Wolff het in 2014 al op papier hadden gezet.
Zowel de reguliere wetenschappers, politici, ambtenaren, de enquête commissie als de vroege Corona-beleid critici, lijken dit mechanisme nog steeds niet te doorzien; laat staan dat ze onze overheid dwingen om eindelijk "gewoon" gebruik te maken van de "gezondheids-wiskunde" die al minimaal 40 jaar in Nederland en in bijna alle westerse landen usance is: bereken de kosten en baten altijd door m.b.v. qaly's, daly's of een andere intersubjectieve methode. Alleen zo kan een zinnig gesprek over "brede afwegingen" en "proportionaliteit" plaats vinden, zonder dat gemakkelijk gegrepen kan worden naar de chantage van de volle bedden of toegegeven moet worden aan de emotionele lokroep van de Rule of Rescue, waar door Orr & Wolff zo tegen gewaarschuwd is. Dat leidt namelijk bijna altijd tot moreel zeer verwerpelijke en maatschappelijk suboptimale uitkomsten.
Bronnen:
Orr & Wolff (2014), Reconciling cost-effectiveness with the rule of rescue: the institutional division of moral labour.
Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (eind maart 2020). Maatschappelijke kosten/baten analyse MKBA COVID-19 maatregelen, versie 1 en 2. (Voorspelling: ca. 100.000 gewonnen levensjaren vs. ca. 620.000 verloren levensjaren door lockdownbeleid.) Min EZK Maatsch Kosten Baten Analyse 1 en 2.pdf
Achtergrond artikel/FAQ bij publicatie EZK kosten/baten analyse en de Rule of Rescue: FAQ bij BlckBx video.docx
Jan van der Zanden bij blckbx:
“ De tragiek van Hanneke Schipper-Spanninga is niet dat zij een kwaadwillende actor was “
Het probleem is dat is ze wel maar ook jij trapt in de niet uitlegbare sprookjes die ze je bewust voorschotelt. En je zoekt dan naar een verhaal wat zij je bewust aandraagt en dan kom je tot bovenstaande zin en heeft ze je precies waar ze je wil hebben.
Je bent namelijk in het sprookje gaan geloven.
Nou misschien toch het artikel niet goed gelezen? Waar haal jij uit dat ik in haar sprookje geloof?
Ik detoneer juist het complete sprookje van Mw. Mr. Schipper.
“Haar optreden in het verhoor was een masterclass in het optrekken van een legalistisch rookgordijn, bedoeld om te verhullen dat er in werkelijkheid nog geen begin van een materiële afweging van belangen en van grondrechten heeft plaatsgevonden. Geen kwade opzet, geen zwakke ruggengraat, geen emotioneel Rule of Rescue-slachtoffer — maar de perfecte ambtenaar-jurist van een systeem die zichzelf heeft wijsgemaakt dat juridisch-procedurele perfectie de morele en feitelijke/materiele afweging kan vervangen.”
Eichman anyone?
Zeker. En Hannah Arendt.
Bewust of onbewust, dat weet ik niet, maar wie een op zijn kop staande pyramide op zijn zij legt, heeft nog steeds niet een probleem opgelost. Potsierlijk wordt het wel als de op zijn zij leggende pyramidelegger vol overgave stelt dat ‘ze’ nog steeds niet zien wat de oplossing is.
Dit is allemaal beeldspraak, en niet de beste beeldspraak, maar voel de behoefte niet om dit hele artikel te fileren, dus… beeldspraak.
Twee punten dan:
Punt 1: deontologie zoals jij dat stelt is geen deontologie maar tirannie. Ja, zo kan ik het ook: zeggen dat de besluiten die destijds genomen werden foute deontologische denkwijzen betroffen. Tirannie Jan, geen deontologie. Zoek maar na in je filosofisch woordenboek.
Punt 2:
Je zegt dat de oplossing hier ligt:
‘ bereken de kosten en baten altijd door m.b.v. qaly’s, daly’s of een andere intersubjectieve methode. Alleen zo kan een zinnig gesprek over “brede afwegingen” en “proportionaliteit” plaats vinden, zonder dat gemakkelijk gegrepen kan worden naar de chantage van de volle bedden of toegegeven moet worden aan de emotionele lokroep van de Rule of Rescue, waar door Orr & Wolff zo tegen gewaarschuwd is.’
Maar Jan, weet je dan niet dat qaly’s daly’s etc theoretische constructen zijn die je vooraf alle waarden kan geven en zo gezien op elk vooraf gewenst antwoord kan komen?
Epidemilogie is geen glazen bol. Tragisch is dat de doden alleen achteraf precies geteld kunnen worden.
En daarom geldt in situaties als 2020: ‘ Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet dat ook een ander niet’
Willem,
Dank voor je scherpe reactie.
Ik zal de punten even langs lopen.
1. Over de keuze van beeldspraak valt niet te twisten. Ik vind het wel mooi dat mijn keuze interessante tegenstrijdige reacties oproept. Kennelijk werkt deze keuze prikkelend bij zowel voor- als tegenstanders……
2. Juist deontologie heeft in de filosofische discussie een air van tirannie. Immers, deontologie schrijft voor dat een deugd altijd een deugd is, ongeacht de uitkomsten ervan. Dat riekt inderdaad naar tirannie. Er is niet voor niets een nog altijd voortdurend debat over consequentialisme versus deontologie.
Kants absolutisme zegt: “je mag nooit liegen, ook niet tegen een moordenaar die vraagt waar je vriend zich verstopt”. Tsja, toch wat problematisch, nietwaar?
3. Je hebt zeker gelijk dat de Qaly/Daly geen 0,1% nauwkeurigheid biedt. De correctiewaarden (adjusted) zijn echter door vele veldonderzoeken getoetst. Daarom kun je via tabellen met een nauwkeurigheid van kleiner dan ca. 20% door het grote publiek gewaardeerde “adjustments” bepalen. Daarom geeft een qaly berekening, ondanks die onnauwkeurigheid, wel vrij nauwkeurig de (mega!) disproportionaliteit van bijvoorbeeld een avondklok of een lockdown aan. Precies zoals de WHO dat altijd heeft geschreven en zoals Marianne Zwagerman in haar dor-hout-column zo treffend heeft verwoord.
Die cijfermatige onderbouwing gaat verder dan de emotioneel ervaren disproportionaliteit: het geeft ook de orde van grootte van de disproportionaliteit aan in een cijfer. Niet 0,1% nauwkeurig, maar wel in de ordegrootte nauwkeurig. En als er dan een factor 600 zit tussen kosten en baten {zoals ik hier betoog t.a.v. de avondklok}, dan ligt een verstandig besluit voor het oprapen. Bij de “intelligente lockdown” was die verhouding overigens ca. 75. Ook al niet te negeren!
Als de verhouding kosten/baten in de buurt van de 1 ligt (bijv. tussen de 0,7 en 1,3), helpt deze berekening je niet om een harde keuze te maken; anderzijds geeft het dan wel een duidelijke indicatie dat ongeacht de keuze die je maakt, die in ieder geval niet disproportioneel is.
4. “Wat gij niet wilt dat u geschiedt” is een typisch deontologisch postulaat. Dat is op individueel niveau absoluut een (Bijbelse) plicht. Maar op macro niveau kun je dat al niet toepassen, omdat “gij” en “u” individuen zijn en er in een crisis sprake is van “wij” en “ons”. En daarom zal dit deontologische gebod in een massacrisis dus geheid ook leiden tot collectief moreel onrecht en suboptimale uitkomsten voor de maatschappij als geheel. Misschien is hier door theologen ooit iets over geschreven..
Ik hoop dat je het artikel van Orr & Wolff inmiddels hebt gelezen. Ik hoor dan graag jouw deontologisch onderbouwde kritiek daarop….
Voor een waardevolle ‘intersubjectieve methode’ is het voorwaarde dat er ook vooraf visies meetellen en meegewogen worden die de aanvankelijk voor de hand liggende veronderstellingen, standpunten en aannames tarten. Het wederzijds begrip is ook van belang voor vooralsnog onwelgevallige visies en meningen, vooral als deze in omvang best breedgedragen blijken. Dat is niet gebeurt en dat gebeurt nog steeds niet. Wat voor de hand ligt is niet absoluut waar, ook al lijkt dat absoluut wel binnen de bestaande kaders die we opstellen voor onderzoek, aanpak en beleid.
Als dan vanuit wetenschappelijke expertise, met aantoonbare statuur, geluiden komen die zonder ruimte voor uitleg en debat gelijk als mis- en desinformatie worden bestempeld en weggezet, kun je je afvragen of dat ethisch en moreel wel verantwoord is. Hoe intersubjectief zijn we dan bezig? En hoe zuiver wetenschappelijk? En wat ‘berekenen’ we dan eigenlijk?
Tot op de dag van vandaag worden bepaalde visies opzijgeschoven. De uitkomst van de corona-enquete met betrekking tot ‘leerschool voor evt. volgende pandemieën’ is dan ook best twijfelachtig als we te eenzijdig blijven kijken. Maar er is altijd nog een kans… er komen nog verhoren en wellicht komen er in de loop hiervan nog apen uit mouwen piepen, die het algemene beeld verruimen. Dat zou echte lering zijn nietwaar.
Ik vind dat ook. De verhoren laten nog steeds voornamelijk processen en actoren zien. Soms heel boeiend en zelfs onthullend. Maar het raakt niet de kern van het probleem.
De verslagen en soms beschouwingen in de media zullen ook niet leiden tot wezenlijke verbeteringen. Het gaat daar vooral over “hadden maatregelen, incl. vaccineren, niet eerder/sneller/heviger gekund”?
En de Commissie lijkt ook nog voornamelijk op die toer te zitten.
Daarom vrees ik ook dat de toch onthutsende “het is geen wiskunde” en “de afweging is aan de politiek” uitspraken van Schipper niet zullen leiden tot de vaststelling door de Commissie dat het beleid disproportioneel was, hoe scherp de vragen ook waren.
Alleen Romy Quint had fundamentele kritiek op de uitgangspunten van het beleid. Maar ja, zij zat niet aan de knoppen…… En ze had geen eloquent goed doortimmerd betoog over de “morele chantage” van de IC’s over de hele maatschappij. De Commissie vroeg wel door, ze had een kans om dat te onderbouwen, maar ze had dat niet paraat. Ze wilde zich met haar Stichting ook absoluut netjes aan de regels houden om geen gedoe te krijgen.
Maurice de Hond zal zeker wel op de inhoud in gaan. Mona Keijzer denk ik ook wel. De vraag is, wat daarvan vervolgens in de slotconclusies overblijft.